Raad van State kritisch over beperking compensatieregeling transitievergoeding
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 17 september 2025 haar advies vastgesteld over het wetsvoorstel dat de compensatieregeling voor de transitievergoeding wil beperken tot kleine werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Het op 22 september 2025 gepubliceerde advies bevat een opmerkelijke conclusie van de Raad van State.
Achtergrond
Sinds de invoering van de transitievergoeding in 2015 moeten werkgevers ook bij ontslag van langdurig arbeidsongeschikte werknemers deze vergoeding betalen. Omdat werkgevers bij ziekte al twee jaar loon moeten doorbetalen en re-integratieverplichtingen hebben, werd dit destijds als onevenwichtig ervaren. Om dat te ondervangen, kwam er in 2020 een compensatieregeling: werkgevers konden de betaalde transitievergoeding na twee jaar ziekte terugvragen bij het UWV.
Het kabinet wil die regeling nu beperken tot kleine werkgevers. Dit voornemen vloeit voort uit het regeerprogramma, waarin het verminderen van werkgeverslasten voor het MKB een belangrijk uitgangspunt is.
Kritiek van de Raad van State
De Raad van State vindt dat het voorstel een fundamentele belangenafweging mist. Volgens de Raad van State moet nadrukkelijker worden gekeken naar de kwetsbare positie van langdurig zieke werknemers én de meerjarige verplichtingen van werkgevers bij ziekte. Door de compensatieregeling te beperken, komen de kosten van de transitievergoeding immers in de meeste gevallen weer volledig bij de werkgever te liggen, en dat is nu juist precies het probleem dat de oorspronkelijke regeling moest oplossen.
De Raad van State wijst erop dat de dubbele doelstelling van de transitievergoeding – enerzijds compensatie voor ontslag, anderzijds bevordering van de overgang naar ander werk – niet goed past bij de situatie van langdurig arbeidsongeschiktheid. Deze werknemers hebben vaak al een sociaal vangnet, zoals een WIA-uitkering, en de overstap naar nieuw werk is in de praktijk beperkt. Tegelijkertijd hebben werkgevers al aanzienlijke verplichtingen tijdens ziekte, waardoor de noodzaak van een transitievergoeding in dit specifieke geval minder voor de hand ligt.
Slapende dienstverbanden
Een belangrijke waarschuwing in het advies betreft de mogelijke terugkeer van de zogenoemde slapende dienstverbanden. Werkgevers die niet langer voor compensatie in aanmerking komen, kunnen geneigd zijn om langdurig zieke werknemers in dienst te houden zonder loonbetaling, om zo te voorkomen dat zij een transitievergoeding moeten uitbetalen. De Raad van State voorziet dat dit opnieuw zal leiden tot discussies en rechtszaken over deze praktijk, terwijl de compensatieregeling juist bedoeld was om dat probleem op te lossen. Bovendien zal de uitvoering van de regeling complexer worden en neemt de kans op juridische geschillen toe als de compensatie alleen nog voor kleine werkgevers geldt.
Advies: fundamentele heroverweging
De Afdeling trekt een duidelijke, maar opmerkelijke conclusie: het kabinet zou volgens haar moeten overwegen om de verplichte transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid geheel af te schaffen. Daarmee zou ook de noodzaak voor een compensatieregeling verdwijnen.




