Rechtbank Midden-Nederland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3744. Een bonusregeling ‘discretionair’ noemen, betekent niet dat je als werkgever volledig vrij bent om te bepalen of je wel of niet uitkeert. Dat ondervond een werkgever die besloot een werknemer geen contractuele eindejaarsuitkering toe te kennen.
Discretionair, maar niet vrijblijvend
In de arbeidsovereenkomst stond dat de werknemer aan het einde van het kalenderjaar een discretionaire eindejaarsuitkering van één maandsalaris zou ontvangen. De hoogte daarvan zou worden bepaald aan de hand van onder meer de jaaromzet, inzet en kwaliteit van het werk van de werknemer.
Toen de werknemer aangaf dat hij zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst niet wilde voortzetten, besloot de werkgever geen eindejaarsuitkering te betalen. Volgens de werkgever waren zijn prestaties achtergebleven, kostte zijn ontwikkeling meer tijd en begeleiding dan verwacht en stond zijn salaris niet in verhouding tot zijn prestaties.
Goed werkgeverschap blijft leidend
De kantonrechter ging daar niet in mee. Een werkgever mag zich weliswaar een discretionaire bevoegdheid voorbehouden, maar die bevoegdheid is niet onbeperkt: ook bij de uitoefening daarvan moet de werkgever zich als goed werkgever gedragen. Uit de functioneringsverslagen bleek bovendien niet dat de werknemer ondermaats presteerde. Integendeel: daarin stond onder meer dat zijn prestaties naar verwachting waren ten opzichte van andere analisten en dat hij mooie stappen had gemaakt. De werkgever was aanvankelijk zelfs van plan geweest zijn arbeidsovereenkomst te verlengen.
Onvoldoende gemotiveerd
Ook speelde mee dat de werkgever zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd. De werknemer kreeg in december alleen te horen dat hij geen eindejaarsuitkering zou ontvangen; een inhoudelijke toelichting volgde pas nadat zijn arbeidsovereenkomst al was geëindigd. Volgens de kantonrechter was het niet uitkeren van de bonus daarom in strijd met goed werkgeverschap. De werkgever moest de eindejaarsuitkering van €3.727,20 bruto alsnog betalen.
De les
Kortom: een discretionaire bonus is niet volledig vrijblijvend. Ook bij zo’n bonus mag van een werkgever worden verwacht dat hij duidelijke criteria hanteert en een beslissing om niet uit te keren zorgvuldig motiveert. Het gebruik van die discretionaire bevoegdheid mag immers niet in strijd komen met goed werkgeverschap.
De rode draad in deze uitgave is duidelijk: zorgvuldig handelen, consequent beleid voeren en beslissingen goed onderbouwen kan veel problemen voorkomen. Of het nu gaat om een ontslag op staande voet, de toepassing van intern beleid of het al dan niet uitkeren van een bonus.
Heb je vragen over wat deze ontwikkelingen voor jouw organisatie betekenen? Neem gerust contact met ons op.





