Werkgevers opgelet: sluimerende conflicten tussen werknemers kunnen je duur komen te staan indien je onvoldoende ingrijpt. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, waarin een passieve werkgever werd veroordeeld tot het betalen van een forse billijke vergoeding.
Procedure kantonrechter
Werkgever besloot uiteindelijk een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter in te dienen wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer gaf ter zitting aan zich neer te leggen bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar verzocht daarbij wel om toekenning van – onder meer – een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Daarbij kende hij een transitievergoeding van € 72.200,62 bruto toe en een billijke vergoeding van een bruto jaarsalaris inclusief vakantiegeld en overige emolumenten ter hoogte van € 94.000,- bruto.
Oordeel van het hof
Partijen stelden hoger beroep in tegen de bestreden beschikking. Hier stond de vraag centraal of de ontbinding het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever. Daarnaast moest worden beoordeeld of de toegekende billijke vergoeding hoger of lager zou moeten uitvallen dan door de kantonrechter was vastgesteld.
Het hof komt tot het oordeel dat de ontbinding inderdaad het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Uit de overgelegde stukken blijkt volgens het hof dat lange tijd een sluimerend conflict heeft bestaan tussen werknemer en zijn collega. Mede vanwege de organisatiestructuur binnen de divisie heeft dit probleem zo lang door kunnen sudderen. Tijdens de vele gesprekken die werknemer met zijn leidinggevende heeft gevoerd is de wijze van communicatie van en de slechte samenwerking met zijn collega vaak aan de orde geweest en meerdere keren heeft zijn leidinggevende beloofd er iets aan te doen. Ondanks herhaalde verzoeken en toezeggingen heeft de leidinggevende echter verzuimd actie te ondernemen en bij te dragen aan een duurzame oplossing van het conflict.
De vraag wie overwegend schuld had aan de conflictsituatie laat het hof buiten beschouwing, omdat deze voor de beoordeling van het onderhavig geschil niet relevant zou zijn. Er was een ernstige conflictsituatie en daar had werkgever, in de persoon van de leidinggevende, iets aan moeten doen. Werkgever ondernam geen serieuze stappen om het conflict op te lossen, maar hield het bij (loze) beloftes. Er was sprake van ‘pappen en nathouden’.
Wat de hoogte van de billijke vergoeding betreft onderschrijft het hof het oordeel van de kantonrechter dat de aan werknemer toegekende vergoeding van een jaarsalaris inclusief emolumenten (€ 94.000,- bruto) in de gegeven situatie billijk is.
Lessen voor werkgevers
De uitspraak van het hof maakt pijnlijk duidelijk dat werkgevers niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor wat ze doen, maar ook voor wat ze nalaten.
Voor werkgevers ligt hier een duidelijke les: negeer conflicten tussen werknemers niet, maar handel (pro)actief en pak ze direct en zorgvuldig aan. Het vermijden van ‘pappen en nathouden’ kan bovendien niet alleen juridische claims voorkomen, maar ook bijdragen aan een gezonde werksfeer.
De volledige uitspraak is te raadplegen via de volgende link: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2881


