Franchiserecht in Nederland en Duitsland: codificatie versus flexibiliteit

Franchiserecht in Nederland en Duitsland: codificatie versus flexibiliteit

Sinds de inwerkingtreding van de Wet franchise op 1 januari 2021 kent Nederland een afzonderlijke wettelijke regeling voor de franchiseovereenkomst in Titel 7.16 van
het Burgerlijk Wetboek (“BW”). Daarmee beschikt Nederland over een van de meest uitgebreide wettelijke regelingen voor franchising in Europa, die verder gaat dan alleen een precontractuele informatieplicht.

Dit artikel bespreekt de belangrijkste kenmerken van het Nederlandse franchiserecht. Daarbij komen achtereenvolgens de precontractuele fase, de belangrijkste beschermingsmechanismen voor de franchisenemer – waaronder
het instemmingsrecht, de goodwillvergoeding en het postcontractuele non-concurrentiebeding – en de beëindiging van de franchiseovereenkomst aan bod. Deze onderwerpen zijn in Nederland gecodificeerd en worden vergeleken
met de Duitse benadering van franchising. De kern van de vergelijking is dat Nederland met de Wet franchise heeft gekozen voor wettelijke bescherming en voorspelbaarheid, terwijl Duitsland franchising vooral benadert vanuit contractsvrijheid, algemene normen en rechtspraak

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Franchise & Recht Informatiebron - nr. 25. augustus 2026

Ga naar
kantoren

Ga naar kantoren