In een recente uitspraak* van de kantonrechter in Haarlem heeft de kantonrechter overwogen dat bij herkwalificatie van overeenkomst van opdracht naar arbeidsovereenkomst het bruto zzp-tarief niet automatisch het bruto loon hoeft te zijn.
Achtergrond
Een zzp’er verrichtte sinds 2022 werkzaamheden voor een bedrijf dat actief is in persoonlijke beschermingsmiddelen tegen een uurtarief van € 33. In oktober 2024 bood het bedrijf de zzp’er een arbeidsovereenkomst aan, welk aanbod door de zzp’er werd afgewezen. Kort daarna werd de samenwerking om andere redenen beëindigd.
De zzp’er startte een gerechtelijke procedure waarin hij stelde feitelijk in loondienst te zijn en vorderde doorbetaling van zijn loon. De kantonrechter ging mee in het standpunt van de zzp’er en oordeelde dat vanaf het moment dat een arbeidsovereenkomst werd aangeboden, er ook juridisch sprake was van een arbeidsovereenkomst. Belangrijk hierbij was dat de werkende structureel, persoonlijk en zonder ondernemersrisico werkzaamheden verrichtte die wezenlijk onderdeel waren van de bedrijfsvoering. Hij was bovendien volledig ingebed in de organisatie.
Gebruikelijk loon binnen de organisatie is leidend
Opvallend in deze uitspraak is dat het afgesproken zzp-tarief niet als uitgangspunt geldt voor de hoogte van het loon. De kantonrechter oordeelde dat zelfstandigen juist een hoger tarief rekenen vanwege het ontbreken van sociale zekerheden (zoals loondoorbetaling bij ziekte of vakantie). Omdat geen ‘loon’ was afgesproken, sloot de kantonrechter aan bij het gebruikelijke salaris binnen de organisatie. Dat werd vastgesteld op € 3.350 bruto per maand bij een fulltime dienstverband, gebaseerd op het aanbod dat de werkende eerder had gekregen en vergelijkbare functies bij de werkgever.
Tot nu toe werd er in de praktijk vaak vanuit gegaan dat het uurtarief van een zzp’er als uitgangspunt dient te worden genomen voor de berekening van het bruto maandsalaris na herkwalificatie als arbeidsovereenkomst. In deze uitspraak week de kantonrechter daar dus van af en koos hij voor het loon dat gebruikelijk was in de organisatie als maatstaf.
* Rechtbank Noord-Holland 20 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2943




