Hoge lat voor ontslag op staande voet bij schending meldplicht
In een recente uitspraak van rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2025:7249) stond het ontslag op staande voet van een docente centraal. Zij had niet gemeld dat haar collega – met wie zij zelf eerder een relatie had – een intieme relatie was begonnen met haar minderjarige dochter, die bovendien leerling was op dezelfde school. De school meende dat dit een flagrante schending van de gedragscode vormde en ontsloeg haar op staande voet. De kantonrechter dacht daar anders over.
Meldverplichting
De rechter benadrukte dat van een docent inderdaad mag worden verwacht dat hij of zij actie onderneemt zodra duidelijk wordt dat een collega een relatie onderhoudt met een (minderjarige) leerling. Dat raakt immers direct aan de plicht om een veilige leeromgeving te waarborgen. De discussie of dit ook expliciet in de omgangs- en integriteitscode en/of in de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling was opgenomen, kan hierbij volgens de kantonrechter buiten beschouwing blijven, omdat de docente zich ook zonder dergelijke codes bewust had behoren te zijn van deze meldverplichting.
Geen dringende reden
Toch leidde de meldverplichting in de bijzondere omstandigheden van deze zaak niet tot een rechtsgeldige dringende reden voor ontslag op staande voet. De rechter hechtte zwaar aan de persoonlijke omstandigheden van de werkneemster: haar dochter verkeerde in een psychisch uiterst kwetsbare toestand en had rond de onthulling van de relatie zelfs twee zelfmoordpogingen ondernomen. De docente verkeerde daarbij in een noodsituatie, waarin haar rol als moeder overheerste. Onder die omstandigheden kon volgens de kantonrechter niet van haar worden gevergd dat zij direct formeel melding maakte. Bovendien had zij haar collega wel aangespoord om zelf naar de schoolleiding te stappen, waardoor de kwestie alsnog onder de aandacht kwam.
Ook het verwijt dat zij haar eigen eerdere relatie met de collega niet had gemeld, leverde geen dringende reden voor ontslag op staande voet op. Hoewel de gedragscode van de school dat voorschreef, ontbrak in die code een bepaling over mogelijke sancties, en de rechter vond dat ontslag op staande voet in dit geval een te zware reactie was. De werkgever had, aldus de kantonrechter, kunnen volstaan met een lichtere maatregel.
Vergoedingen
Het gevolg was dat het ontslag op staande voet ten onrechte was gegeven. Omdat de werkneemster al had berust in de beëindiging, kwam de rechter toe aan de vraag of en welke vergoedingen de docente toekwamen. Hoewel de werkneemster vanwege het onterecht gegeven ontslag op staande voet aanspraak kon maken op een billijke vergoeding, stelde de kantonrechter deze vast op nihil. De kantonrechter kwam tot dit oordeel omdat de omstandigheden die tot het ontslag hadden geleid grotendeels in de persoonlijke sfeer van de werkneemster lagen. Haar handelen en nalaten hadden in belangrijke mate bijgedragen aan de ontstane situatie. Bovendien had zij inmiddels nieuw werk gevonden, waardoor haar inkomensschade beperkt was. Onder die omstandigheden achtte de rechter het niet redelijk om bovenop de wettelijke vergoedingen, waarover hieronder meer, nog een extra vergoeding toe te kennen.
De vergoeding wegens onregelmatige opzegging, ook wel de gefixeerde schadevergoeding genoemd, en de wettelijke transitievergoeding werden wel toegewezen. De kantonrechter oordeelde dat het handelen van werknemer niet kwalificeerde als ernstig verwijtbaar. Hoewel zij een meldplicht had geschonden, was dit volgens de rechter niet ernstig genoeg om de transitievergoeding te weigeren.
Conclusie
Deze uitspraak onderstreept dat een werkgever zorgvuldig moet afwegen of een overtreding van de gedragscode werkelijk zo ernstig is dat een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is. Tegelijkertijd maakt de uitspraak duidelijk dat het recht op een transitievergoeding niet snel vervalt: alleen bij ernstig verwijtbaar handelen kan deze worden geweigerd. In dit geval woog het persoonlijke drama van de werknemer zwaarder dan de formele schending van de meldplicht.




