Op 1 juli 2026 vervallen in beginsel de wettelijke vakantiedagen die werknemers in 2025 hebben opgebouwd maar nog niet hebben opgenomen. Veel werkgevers gaan ervan uit dat deze dagen daarna automatisch verdwijnen. Dat is echter niet altijd het geval.
Uit Europese en Nederlandse rechtspraak volgt dat een werkgever alleen een beroep kan doen op het verval van wettelijke vakantiedagen als hij de werknemer daadwerkelijk in staat heeft gesteld deze op te nemen. Daarbij rust op de werkgever een actieve zorg- en informatieplicht. De werkgever moet werknemers tijdig en concreet informeren over hun openstaande vakantiedagen, hen erop wijzen dat deze dagen komen te vervallen en hen voldoende gelegenheid bieden om de dagen daadwerkelijk op te nemen. De bewijslast hiervan ligt bij de werkgever.
De Hoge Raad bevestigde in 2023 dat een werkgever die niet aan deze verplichtingen voldoet, niet alleen het verval van wettelijke vakantiedagen kan mislopen, maar zich mogelijk ook niet kan beroepen op verjaring van deze aanspraken. Werknemers kunnen dan jaren later alsnog aanspraak maken op uitbetaling van opgebouwde vakantiedagen.
Voor werkgevers is dit een belangrijk aandachtspunt. Het is daarom raadzaam om voor 1 juli te controleren welke werknemers nog wettelijke vakantiedagen uit 2025 open hebben staan en schriftelijk vast te leggen dat zij zijn geïnformeerd over:
- het aantal nog openstaande wettelijke vakantiedagen;
- de datum waarop deze dagen vervallen;
- de mogelijkheid om deze dagen vóór die datum op te nemen.





