In een recente uitspraak* van de kantonrechter Den Haag liep een werkgever fors tegen de lamp vanwege het onterecht stopzetten van loonbetalingen na een ziekmelding.
Achtergrond
Een uitzendkracht meldde zich ziek na een hartaanval. De werkgever stelde dat zij geen recht had op loon, mede omdat zij geen doktersverklaring had overgelegd. Ter zitting verklaarde werkgever verder nog dat zij werknemer op staande voet zou hebben ontslagen.
Doktersverklaring bij ziekte niet vereist
De kantonrechter maakte in duidelijke bewoordingen korte metten met de werkwijze van de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat het in geval van een ziekmelding niet aan een werknemer was om aan te tonen dat daadwerkelijk sprake was van ziekte. Van een werknemer kan en mag ook niet worden verlangd dat deze een doktersverklaring, laat staan een volledig medisch dossier, overlegt om dit aan te tonen. Als een werkgever twijfelt of een ziekmelding terecht is, dient de werkgever een arbo-arts in te schakelen om daarvan een beoordeling te maken. Werkgever heeft dat in casu niet gedaan en de eventuele gevolgen daarvan dienen voor haar rekening en risico te komen. De kantonrechter merkte verder nog op dat werkgever nota bene zelf een ziektewetuitkering had aangevraagd bij het UWV, waarmee de werkgever impliciet erkende dat er sprake was van ziekte. Toen deze uitkering werd geweigerd vanwege het bestaan van een arbeidsovereenkomst, nam werkgever ineens het standpunt in dat van ziekte geen sprake was en dat werknemer geen doktersverklaring had overgelegd. Ook het ontslag op staande voet hield geen stand: het werd te laat en onvoldoende onderbouwd gegeven. Het gevolg: de werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, inclusief wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente. Ook het ontslag op staande voet hield geen stand: het werd te laat en onvoldoende onderbouwd gegeven.
* Rechtbank Den Haag 3 oktober 2024, ECLI:NL:GBDHA:2024:23416.




