Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) 27 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2047. Geen klassieke arbeidszaak, maar wel eentje met een verrassende link naar HR. Twee broers waren via hun holdings ieder voor 50% aandeelhouder van een softwarebedrijf en vormden samen het bestuur. Toen de samenwerking volledig ontspoorde, probeerde de ene broer via de rechter te bereiken dat de holding van de andere broer haar aandelen moest overdragen. Daarbij speelde ook mee hoe één van de bestuurders met het personeel omging. Zo nam hij zonder overleg met zijn broer een zzp’er aan als ‘sociaal directeur’, voor drie dagen per week tegen een vergoeding van € 10.000 per maand, terwijl er helemaal geen vacature bestond.
Ook liep een conflict met een werknemer uit de hand. De bestuurder gaf de werknemer ’s avonds een spoedopdracht die vanwege het vertrouwelijke karakter niet met collega’s mocht worden gedeeld. De werknemer vond het verzoek vreemd en betrok ook de andere bestuurder erbij. Daarop ontsloeg de bestuurder hem diezelfde avond per e-mail op staande voet. Dat ontslag werd later door zijn broer teruggedraaid.
Ook personeelsbeleid weegt mee
De Ondernemingskamer nam dit personeelsbeleid nadrukkelijk mee in haar oordeel. Het onnodige ontslag had zijn uitwerking op de werkvloer niet gemist. Bovendien hadden het ontslag en het zonder overleg aannemen van een nieuwe medewerker geleid tot onnodige frictie en kosten. Samen met onder meer forse financiële onttrekkingen aan de vennootschap en de ontstane bestuurlijke impasse droeg dit bij aan het oordeel dat het aandeelhouderschap van de holding van deze bestuurder niet langer kon worden geduld.
De Ondernemingskamer wees het verzoek tot uitstoting daarom toe. Voordat de aandelen daadwerkelijk worden overgedragen, moet eerst de waarde daarvan worden vastgesteld. In afwachting daarvan werd de holding van de bestuurder geschorst als bestuurder en werd ook het stemrecht op haar aandelen geschorst.
Wat je hiervan leert
Overhaast en onzorgvuldig personeelsbeleid kan verder reiken dan je denkt. Het kan zelfs meewegen bij de vraag of een bestuurder zijn positie als aandeelhouder mag behouden.





