Optimalisatie van de Wet betaalbare huur: de aangekondigde versoepelingen

Optimalisatie van de Wet betaalbare huur: de aangekondigde versoepelingen

Met de Wet betaalbare huur heeft de wetgever per 1 juli 2024 een ingrijpende uitbreiding van het dwingendrechtelijke huurprijsregime doorgevoerd naar het middensegment. Inmiddels tekent zich in de praktijk een spanningsveld af tussen betaalbaarheid enerzijds en investeerbaarheid anderzijds, met name in de bestaande voorraad in stedelijke gebieden. Het uitponden van huurwoningen is aan de orde van de dag.

In een Kamerbrief van 20 april 2026 erkent de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening die spanning expliciet. Nog voor de geplande evaluatie van de wet in 2027 kondigt zij een aantal gerichte optimalisaties aan, bedoeld om knelpunten in de toepassing van het stelsel te corrigeren zonder het fundament van de wet los te laten.

Uitgangspunt: geen deregulering, maar stelselcorrectie

Van belang is dat het kabinet nadrukkelijk vasthoudt aan de kern van de Wet betaalbare huur: woningen die op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS) in het sociale of middensegment thuishoren, blijven gereguleerd. De aangekondigde maatregelen beogen niet zozeer een verruiming van de reikwijdte, maar een finetuning van de waarderings- en prijsmechaniek binnen het bestaande kader.

De vijf aangekondigde maatregelen

De minister onderscheidt vijf concrete maatregelen, waarvan de eerste vier via een algemene maatregel van bestuur worden vormgegeven en de vijfde een separaat traject volgt:

1. Invoering van een WOZ-prijsopslag in het WWS
Het puntenmaximum van 186 blijft gehandhaafd, zodat de woning gereguleerd blijft. In gevallen waarin de WOZ-cap leidt tot een neerwaartse correctie van het puntenaantal, mag echter een huurprijsopslag worden toegepast die aansluit bij de feitelijke WOZ-waardering.

2. Afschaffing van minpunten bij het ontbreken van buitenruimte
De huidige minpunten voor woningen zonder privé- of gedeelde buitenruimte verdwijnen. Deze correctie is met name van belang voor binnenstedelijke appartementen, waar het ontbreken van buitenruimte structureel en vaak onvermijdelijk is.

3. Zwaardere waardering van kleine rijksmonumenten (tot 40 m²)
Voor deze categorie woningen wordt de WOZ-waarde zwaarder meegewogen, om beter recht te doen aan ligging en marktvraag.

4. Mogelijkheid van tijdelijke huurcontracten voor alle studenten
Anders dan nu het geval is, wordt het tijdelijke huurcontract niet langer beperkt tot studenten van buiten de gemeente.

5. Verlenging van de nieuwbouwopslag voor middenhuurwoningen
De bestaande nieuwbouwopslag van 10% op de maximale huurprijs voor middenhuurwoningen wordt met vier jaar verlengd. Dit onderdeel maakt geen deel uit van het ontwerpbesluit, maar volgt een separaat wetgevingstraject via internetconsultatie en parlementaire voorhang. Het doel is investeerders langer zekerheid te bieden bij nieuwbouwbeslissingen.

Inwerkingtreding en vervolg

De eerste vier maatregelen zijn beoogd per 1 januari 2027 in werking te treden, of eerder indien uitvoerbaar. De verlenging van de nieuwbouwopslag moet uiterlijk voor 1 januari 2028 zijn geregeld. In de eerste helft van 2027 volgt vervolgens de formele evaluatie van de Wet betaalbare huur.

Slot

De nadere uitwerking van deze maatregelen zal in belangrijke mate bepalen hoe stabiel en voorspelbaar het middenhuursegment de komende jaren juridisch vorm krijgt.

Share on XShare via emailShare on LinkedIn

Ga naar
kantoren

Ga naar kantoren