Op 12 februari 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een interessante uitspraak gedaan over het proeftijdbeding. Centraal stond de vraag: kan een arbeidsovereenkomst al worden opgezegd vóórdat de werknemer daadwerkelijk is begonnen?
Wat speelde er?
Werkgever en werknemer sloten een arbeidsovereenkomst voor zeven maanden, met een proeftijd van één maand en een startdatum van 1 november 2025. Kort na ondertekening vroeg de werknemer om een voorschot op het salaris. De werkgever wees dit verzoek af en zegde vrijwel direct daarna de arbeidsovereenkomst op met een beroep op de proeftijd – nog vóór de eerste werkdag.
De werknemer vocht dit aan en stelde dat een proeftijdontslag pas mogelijk is nadat de arbeidsovereenkomst feitelijk is aangevangen. Daarnaast zou de werkgever in strijd hebben gehandeld met goed werkgeverschap.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter maakt korte metten met het eerste argument. Volgens de wet mogen partijen de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd “zolang die tijd niet is verstreken” opzeggen. Dit geldt óók als de arbeidsovereenkomst nog niet is begonnen. Het proeftijdbeding kan dus al vóór de eerste werkdag worden ingeroepen.
Daarbij geldt als uitgangspunt dat voor een proeftijdontslag geen redelijke grond nodig is. Dat de werknemer nog geen kans heeft gehad zich te bewijzen, maakt dit niet anders.
Goed werkgeverschap als correctiemechanisme
Toch betekent dit niet dat een proeftijdontslag altijd zonder meer toegestaan is. Ook bij een rechtsgeldig proeftijdontslag moet de werkgever zich houden aan de norm van goed werkgeverschap.
In deze zaak voerde de werknemer aan dat zij werd “gestraft” voor het vragen van een voorschot. De rechter ging daar niet in mee. De werkgever had voldoende toegelicht dat het verzoek om een voorschot – zo kort na indiensttreding – aanleiding gaf tot zorgen over financiële problemen, wat in een geldgevoelige werkomgeving als een casino een risico vormt. Deze afweging werd niet onredelijk geacht.
Omdat het ontslag rechtsgeldig was en niet in strijd met goed werkgeverschap, werd ook het verzoek om een billijke vergoeding afgewezen.
Praktische betekenis
Deze uitspraak bevestigt dat werkgevers een proeftijdontslag al vóór de eerste werkdag kunnen geven. Tegelijkertijd blijft de lat van goed werkgeverschap overeind: misbruik van het proeftijdbeding kan nog steeds worden afgestraft.





