Slapende dienstverbanden stonden al volop in de belangstelling door het afschaffen van de compensatieregeling van het UWV voor grote werkgevers per 1 juli 2026. Maar nu lijkt er nóg een financieel risico bij te komen: mogelijk moeten werkgevers straks ook vakantiedagen uitbetalen over deze ‘slapende’ periode.
Slapend dienstverband en compensatieregeling
Na twee jaar ziekte stopt de loondoorbetalingsplicht van de werkgever. Toch blijft het dienstverband vaak formeel bestaan, zonder loon en zonder re-integratieverplichtingen, een zogenoemd slapend dienstverband. Deze praktijk ontstond na de invoering van de Wet werk en zekerheid in 2015, toen werkgevers dienstverbanden soms bewust in stand hielden om betaling van de transitievergoeding uit te stellen.
Indien een werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid een dienstverband beëindigt, is hij een transitievergoeding verschuldigd. Tot 1 juli 2026 kunnen grote werkgevers deze vergoeding nog gecompenseerd krijgen via het UWV, maar daarna vervalt deze regeling. Dat maakt het extra belangrijk om slapende dienstverbanden tijdig te beëindigen. Wachten kan immers direct leiden tot hogere kosten.
Nieuwe ontwikkelingen
Daar komt nu een nieuwe ontwikkeling bij. De kantonrechter in Rotterdam heeft namelijk een prejudiciële vraag gesteld aan de Hoge Raad over de opbouw van vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband. De vraag luidt: “Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?”
De wet (artikel 7:634 BW) regelt de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte, maar geeft geen duidelijk antwoord voor de periode ná twee jaar ziekte, wanneer er feitelijk geen loon meer betaald hoeft te worden. Dat heeft geleid tot uiteenlopende uitspraken van rechters en verdeeldheid in de literatuur.
In de zaak bij de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding waarvan de prejudiciële vraag is gesteld, ging het om een werknemer die aanspraak maakte op uitbetaling van vakantiedagen die zouden zijn opgebouwd in de periode nadat de loondoorbetalingsplicht was geëindigd, maar het dienstverband nog niet was beëindigd.
Mogelijke gevolgen voor werkgevers
Als de Hoge Raad oordeelt dat vakantiedagen inderdaad blijven opbouwen tijdens een slapend dienstverband, kan dat grote financiële gevolgen hebben. Werkgevers moeten de vakantiedagen dan bij het einde van het dienstverband alsnog uitbetalen. In combinatie met het vervallen van de compensatieregeling kan een slapend dienstverband daardoor uitgroeien tot een kostbare aangelegenheid.
Totdat de Hoge Raad (en mogelijk daarna nog het Europese Hof van Justitie) duidelijkheid geeft, blijft er onzekerheid bestaan. Daarom is het verstandig om, waar mogelijk, het dienstverband van langdurig arbeidsongeschikte werknemers tijdig te beëindigen zodra de periode van twee jaar ziekte is verstreken en re-integratie niet meer aan de orde is. Hiermee voorkomen werkgevers dat er mogelijk extra (financiële) verplichtingen ontstaan, zoals de uitbetaling van vakantiedagen opgebouwd tijdens de ‘slapende’ periode. Bovendien kunnen grote werkgevers in veel gevallen nu nog gebruik maken van de compensatieregeling van het UWV.





