Tweede Kamer stuurt bij op huurbeleid, september wordt de volgende meetlat

Tweede Kamer stuurt bij op huurbeleid, september wordt de volgende meetlat

De uitpondingsgolf heeft zijn politieke effect niet gemist. In 2025 verkochten investeerders ruim 65.000 huurwoningen. Begin 2026 bedroeg het aandeel woningen in handen van beleggers al circa 9 procent van de totale woningvoorraad, tegen 9,4 procent twee jaar eerder. De Tweede Kamer steunt inmiddels in ruime meerderheid versoepelingen van de huurregels. Niet omdat de bescherming van huurders ter discussie staat, maar omdat het rendement op middenhuurwoningen zo ver is gedaald dat doorverhuren voor steeds meer eigenaren simpelweg niet meer aantrekkelijk is.

Wat er op tafel ligt

Het kabinet zet een pakket maatregelen door dat eerder door minister Keijzer was aangekondigd en vervolgens door een Kamermotie was geblokkeerd. Kern: de WOZ-waarde krijgt meer gewicht in de WWS-puntentelling, het ontbreken van buitenruimte leidt niet meer automatisch tot minpunten en tijdelijke huurcontracten worden in meer situaties toegestaan, ook voor studentenwoningen buiten de beoogde gemeente.

De nieuwbouwpremie

Woonminister Boekholt-O'Sullivan gaat een stap verder. Zij wil dat verhuurders van nieuwbouwwoningen gedurende een langere periode een hogere huur mogen vragen dan het WWS-plafond in normale omstandigheden toelaat. Dat moet de businesscase voor middenhuurnieuwbouw verbeteren bij oplopende bouwkosten en financieringslasten. De precieze uitwerking qua omvang of duur van de opslag volgt later.

September als richtpunt

De Tweede Kamer heeft op 16 juni 2026 via de voorhangprocedure ingestemd met drie WWS-aanpassingen: de WOZ-prijsopslag, het schrappen van de minpunten voor ontbrekende buitenruimte en de hogere waardering van kleine rijksmonumenten. De minister legt het ontwerpbesluit nu voor aan de Raad van State voor advies. Pas na dat advies kan het besluit definitief worden vastgesteld en gepubliceerd. De inzet is inwerkingtreding per 1 januari 2027. De hogere maximale huurprijzen gelden dan uitsluitend bij nieuwe huurcontracten. Bij lopende contracten blijft de jaarlijkse huurverhogingsruimte de begrenzing.

Voor de overige twee maatregelen volgt later dit jaar nog een internetconsultatie: de verlenging van de nieuwbouwopslag van 2028 naar 2032 (zodat verhuurders van nieuwbouwprojecten met een bouwstart voor 2032 gedurende 20 jaar een opslag van 10% mogen toepassen) en de uitbreiding van tijdelijke studentencontracten naar alle studenten, ongeacht hun woonplaats voor aanvang van de studie. Die laatste maatregel wordt bij wet geregeld.

September is het moment waarop minister Boekholt-O’Sullivan aanvullende maatregelen wil presenteren voor het bredere investeringsklimaat in de huursector, dus los van de vijf WWS-maatregelen. De concrete inhoud daarvan is op dit moment nog niet bekendgemaakt. De evaluatie van de Wet betaalbare huur volgt uiterlijk 1 juli 2027, waarna de minister bepaalt of verdere bijsturing nodig is.

Share on XShare via emailShare on LinkedIn

Ga naar
kantoren

Ga naar kantoren