De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer geïnformeerd dat de inwerkingtreding van het wetsvoorstel tot beperking van de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid wordt uitgesteld. Waar eerder werd uitgegaan van een inwerkingtreding per 1 juli 2026, is de beoogde datum van inwerkingtreding nu verschoven naar 1 januari 2027.
Achtergrond
Op grond van de momenteel geldende Wet compensatie transitievergoeding kunnen werkgevers die de arbeidsovereenkomst van een werknemer na twee jaar ziekte beëindigen, de betaalde transitievergoeding terugvragen bij het UWV. Deze compensatieregeling geldt voor alle werkgevers en is destijds ingevoerd om te voorkomen dat werkgevers worden geconfronteerd met een opeenstapeling van kosten na langdurige arbeidsongeschiktheid.
Het wetsvoorstel tot beperking van de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid beoogde daar verandering in de brengen, in die zin dat alleen kleine werkgevers nog in aanmerking komen voor compensatie van de transitievergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor middelgrote en grote werkgevers zou de compensatie komen te vervallen. Het voorstel is politiek en maatschappelijk gevoelig, mede vanwege de vrees op terugkeer van zogenoemde slapende dienstverbanden.
Reden voor uitstel
Volgens de minister is vertraging ontstaan door de demissionaire status van het vorige kabinet en het voornemen van het huidige kabinet om de regeling mogelijk geheel af te schaffen. Daarnaast moet het wetsvoorstel nog door beide Kamers worden behandeld. Ook is van belang dat uitvoeringsinstantie UWV tijd nodig heeft om de benodigde aanpassingen door te voeren. Om die reden acht de minister invoering per 1 juli 2026 niet haalbaar.
Belang voor de praktijk
Vooralsnog blijft de huidige compensatieregeling dus van kracht voor alle werkgevers. Tegelijkertijd laat het uitstel zien dat de regeling onder druk staat en dat wijzigingen of zelfs volledige afschaffing niet zijn uitgesloten. Hoe de regeling er uiteindelijk uit komt te zien, is op dit moment nog onduidelijk en afhankelijk van verdere politieke besluitvorming.





