Wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen: wat betekent dit?

Wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen: wat betekent dit?

Op 13 maart 2026 is het wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen naar de Tweede Kamer gestuurd. Met dit voorstel beoogt de wetgever een structureel sociaal vangnet te creëren voor zelfstandigen die arbeidsongeschikt raken. Daarmee wordt een lacune in het huidige stelsel aangepakt, waarin zelfstandigen – anders dan werknemers – niet automatisch verzekerd zijn tegen inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid.

Verplichte verzekering als uitgangspunt

De kern van het voorstel is de invoering van een verplichte basisverzekering voor zelfstandigen. Deze verzekering voorziet in een uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid en moet voorkomen dat zelfstandigen volledig afhankelijk worden van hun eigen reserves of de bijstand. De premie bedraagt naar verwachting circa 5,4% van de winst, met een maximum van ongeveer €171 bruto per maand. Daarmee wordt beoogd de regeling betaalbaar te houden, al zal dit in de praktijk voor lagere inkomens relatief zwaarder drukken.

Beperkte dekking en lange wachttijd

De verzekering kent een wachttijd van twee jaar. Dat betekent dat zelfstandigen pas na deze periode recht hebben op een uitkering. Dit is een belangrijk aandachtspunt, aangezien juist in de eerste periode van arbeidsongeschiktheid financiële problemen kunnen ontstaan. De uitkering is bovendien gemaximeerd op het niveau van het minimumloon. Voor zelfstandigen met een hoger inkomensniveau betekent dit dat de verzekering slechts een basisvoorziening biedt en geen volledige inkomensbescherming.

Uitzonderingen

Niet alle zelfstandigen vallen onder de reikwijdte van het voorstel. Zelfstandigen die zich al privaat hebben verzekerd voor arbeidsongeschiktheid, worden uitgezonderd. Ook directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) die via een BV werken, vallen buiten de regeling. Dit roept vragen op over gelijke behandeling en mogelijke strategische keuzes in ondernemingsstructuren.

Kritische kanttekeningen

Hoewel het voorstel wordt gepresenteerd als een sociale voorziening, is er ook kritiek. Met name de combinatie van een verplichte premie, een lange wachttijd en een relatief lage uitkering leidt tot discussie. Voor sommige zelfstandigen kan de regeling voelen als een lastenverzwaring zonder proportionele bescherming. Daarnaast rijst de vraag in hoeverre deze basisverzekering daadwerkelijk aansluit bij de diversiteit binnen de groep zelfstandigen, variërend van laagverdienende zzp’ers tot hoogopgeleide professionals met substantiële inkomsten.

Conclusie

Het wetsvoorstel markeert een belangrijke stap in de verdere regulering van de positie van zelfstandigen binnen het sociale zekerheidsstelsel. Tegelijkertijd lijkt de regeling vooral een minimumvoorziening te bieden, waarbij aanvullende private verzekeringen voor veel zelfstandigen noodzakelijk blijven. De parlementaire behandeling zal moeten uitwijzen of en in hoeverre het voorstel nog wordt aangepast, met name op het punt van betaalbaarheid, dekking en uitvoerbaarheid.

Share on XShare via emailShare on LinkedIn

Ga naar
kantoren

Ga naar kantoren