Wetsvoorstel meer zekerheid voor flexwerkers aangenomen in Tweede Kamer

Wetsvoorstel meer zekerheid voor flexwerkers aangenomen in Tweede Kamer

Op dinsdag 12 mei 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. Daarmee wordt een grote stap richting hervorming van de arbeidsmarkt gezet. Het doel van de wet is om flexwerkers meer zekerheid te geven over inkomen, werktijden en arbeidsvoorwaarden en om te zorgen voor meer wendbaarheid voor ondernemers. Als ook de Eerste Kamer instemt, kan de wet naar verwachting per 1 januari 2028 in werking treden. In dit artikel zetten wij de belangrijkste wijzigingen uit de wet uiteen.

Strengere regels voor tijdelijke contracten

Een belangrijk uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat tijdelijke contracten weer bedoeld moeten zijn voor tijdelijk werk. Werkgevers krijgen daarom minder ruimte om werknemers langdurig flexibel in te zetten.

De huidige mogelijkheid om na een onderbreking van zes maanden opnieuw een tijdelijk contract aan te bieden wordt fors aangescherpt. De Tweede Kamer heeft bepaald dat na drie tijdelijke contracten pas na drie jaar opnieuw een tijdelijk contract mag worden aangeboden. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was deze termijn zelfs vijf jaar.

Einde nulurencontracten: introductie van het bandbreedtecontract

Het wetsvoorstel vervangt nulurencontracten met de zogenoemde bandbreedtecontracten. Werkgever en werknemer spreken daarin een minimum- én maximumaantal uren af, waarbij het maximum niet hoger mag zijn dan 130% van het minimum.

Dat betekent bijvoorbeeld dat bij een minimum van 10 uur een werknemer maximaal 13 uur kan worden ingeroosterd. Oproepen boven dat maximum mogen door de werknemer worden geweigerd. Daarnaast moeten werkgevers een contract met meer uren aanbieden wanneer structureel meer wordt gewerkt dan contractueel is afgesproken.

De Tweede Kamer heeft in de wet slechts aangepast dat het oproepcontract wel mogelijk blijft voor jongeren, scholieren, studenten met een bijbaan en AOW-gerechtigden.

Meer bescherming voor uitzendkrachten

Naast de nieuwe uitzend-cao die sinds 1 januari 2026 van kracht is, krijgen uitzendkrachten ook via deze wet meer bescherming. Zij krijgen recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als werknemers die regulier in dienst zijn. Voor gelijke beloning gold dit al op basis van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, maar dit wordt nu vastgelegd in de Nederlandse wet.

Ook worden de fases van uitzendwerk waarin je dagelijks ontslagen kunt worden of geen zekerheid hebt over het aantal werkuren, verkort van anderhalf jaar naar één jaar.

Hoewel de wet nog door de Eerste Kamer moet worden behandeld, is duidelijk dat werkgevers zich tijdig moeten voorbereiden. Vooral organisaties die veel werken met oproepkrachten, tijdelijke contracten of uitzendkrachten krijgen te maken met strengere regels en minder flexibiliteit. Voor werkgevers is het daarom goed om hier nu vast kritisch naar te kijken.

Share on XShare via emailShare on LinkedIn

Ga naar
kantoren

Ga naar kantoren