Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding naar de Raad van State

Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding naar de Raad van State

Minder ruimte voor standaard concurrentiebedingen

Op 26 juni 2026 heeft de ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding, waarna minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het voorstel voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd. De voorbereiding van dit wetsvoorstel is al op 4 maart 2024 gestart, met als doel het concurrentiebeding ingrijpend te hervormen en werknemers meer vrijheid te geven om van baan te wisselen. Volgens het kabinet wordt het concurrentiebeding te vaak standaard opgenomen in arbeidsovereenkomsten, terwijl daarvoor lang niet altijd een noodzaak bestaat. Inmiddels heeft ongeveer één op de drie werknemers een concurrentiebeding, terwijl een groot deel van hen geen toegang heeft tot bedrijfsgevoelige informatie of andere belangen die een dergelijke beperking rechtvaardigen. Het wetsvoorstel moet daarom een betere balans creëren tussen de bescherming van bedrijfsbelangen en de arbeidsmobiliteit van werknemers.

Strengere voorwaarden voor werkgevers

Het wetsvoorstel introduceert een aantal belangrijke beperkingen. Zo mag een concurrentiebeding voortaan nog maximaal één jaar gelden en moet de werkgever in het beding expliciet omschrijven voor welk geografisch gebied de beperking geldt. Daarnaast wordt het voor werkgevers verplicht om een vergoeding te betalen wanneer zij een werknemer daadwerkelijk aan het concurrentiebeding houden. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat concurrentiebedingen uit voorzorg worden opgenomen of ingeroepen, zonder dat daarvoor een reëel bedrijfsbelang bestaat.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Hoewel het wetsvoorstel zich nog in de wetgevingsfase bevindt en eerst advies van de Raad van State zal doorlopen voordat het aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, is het voor werkgevers verstandig om kritisch te beoordelen voor welke functies een concurrentiebeding daadwerkelijk noodzakelijk is en of een minder vergaande afspraak, zoals een geheimhoudingsbeding, voldoende bescherming biedt. Onder de nieuwe regels zal een dergelijke standaardbepaling voor concurrentiebeding immers niet langer vanzelfsprekend zijn.

Share on XShare via emailShare on LinkedIn

Ga naar
kantoren

Ga naar kantoren